Waardevorming
Artikels over ethiek in de sport
Recente artikelen
-
Inleiding
In de huidige samenleving is het debat over waarden en normen heftig aan de gang. Eigenlijk is dit een verschijnsel van alle tijden, maar is de invulling door de eeuwen heen net iets anders.
Waarden en normen zijn tegenwoordig elke dag onderwerp van het gesprek; het is een ‘hot item’. In de discussie over normen en waarden wordt er vooral voor gepleit om meer aandacht te besteden aan de overdracht en ontwikkeling ervan. Het onderwijs komt in het kader van deze discussie naar voren als instituut waar dit onderwerp behandeld kan worden met tieners. Scholen hebben een pedagogische rol te vervullen en het debat over waarden en normen sluit hier goed bij aan.
Vandaar dat Sports Media hieraan veel aandacht schenkt. Vanuit verschillende invalshoeken zal het thema besproken worden. Deze zullen onderverdeeld worden in verschillende categorieën.
dec 22 -
Toon alle artikelen van Waardevorming
Recente artikelen
-
Sport, agressie en ethiek: Discoursanalyse van geschriften van studenten en journalisten (1998-2007)
Auteur: Mathias Velghe en Kenny Vandeborre
Promotor: Prof. dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Universiteit Gent
Academiejaar: 2007-2008Agressie in de sport is een veelbesproken probleem in onze samenleving. Sportethici buigen zich vaak over de ethische vraagstellingen die het geweld met zich meebrengen. Kant en klare antwoorden omtrent de oorzaken ervan kunnen ze niet weergeven. Wel halen ze tal van mogelijkheden aan, maar het zou een vergissing zijn om die als sluitend te beschouwen. De verschijningsvormen en de gevolgen zijn wel duidelijk identificeerbaar. Verscheidene maatregelen worden gesuggereerd ten overstaan van gerechtelijke autoriteiten, politici, sportorganisaties en bestuurslui. In deze eindverhandeling trachten we de visie van de studenten over deze thema’s te analyseren en te duiden.
Hiervoor werd een grondige inhoudsanalyse uitgevoerd van 597 actualiteitsmappen die 1444 agressiegerelateerde artikels bevatten. Die mappen werden over een periode van 9 academiejaren door eerstejaarsstudenten lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappenvan de Universiteit Gent samengesteld. Het doel van deze werken was om artikels te selecteren, die onder een thema plaatsen, samen te vatten en kritisch te bespreken. Op basis van de besprekingen werden de aandacht en de meningen van de studenten over agressie in de sport geanalyseerd. Daarnaast hebben we getracht om de verschijningsvormen, sporttakken en actoren uit de actualiteitsmappen in kaart te brengen
Uit de aantallen hierboven kan men reeds besluiten dat de studenten uitzonderlijk veel aandacht hebben voor agressie. Vooral wanneer men weet dat deze agressieartikels uit een totaal van 10 439 artikels komen en er nog tal van andere ethische thema’s omtrent de sport bestaan. De meeste agressieartikels handelen over fysiek geweld door supporters en sporters zelf. Voor de oorzaak van het plegen van geweld, door de laatstgenoemden, worden kosten-batenanalyses vaak naar voor geschoven. Voor het supportersgeweld daarentegen wordt de identificatie met spelers en club vaak als oorzaak bestempeld. Voetbal is de sporttak die in onze actualiteitsmappen het meest naar voor komt als gewelddadige sport. Het verschil in de hoeveelheid geweld zou te verklaren kunnen zijn doordat de acceptatiegrens voor lichamelijk contact en de toelaatbaarheid ervan verschilt per tak van sport. De vele maatregelen die getroffen worden, geven de sportwereld de hoop om agressievrij te worden. Er zijn in elk geval gunstige resultaten geboekt door de jaren heen. Het stadionverbod en de zware boetes zijn de voornaamste reacties op het fenomeen hooliganisme. De studenten geven in de actualiteitsmappen hun visie op de verschillende maatregelen. Misschien kan men daar aanwijzingen vinden over welke richting men in de toekomst zal uitgaan om agressie te bestrijden binnen de sport, want studenten bewegingswetenschappen en lichamelijke opvoeding zullen in de toekomst waarschijnlijk het sportbeleid sterk mee bepalen.
dec 22 -
Toon alle artikelen van Agressie en ethiek
Recente artikelen
-
Sport, geld en machtsmisbruik: een discoursanalyse van geschriften van studenten en journalisten (1998-2007)
Auteur: Anton Smagghe
Promotor: Prof. dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Universiteit Gent
Academiejaar: 2007-2008Sportfilosofen buigen zich over misbruiken in de sport. Naast doping en geweld geven ze ook corruptie aan als een ethisch probleem. Er bestaat een zekere eensgezindheid over de oorzaken, de gevolgen en de oplossingen voor het probleem. Er wordt gewezen op, ten eerste, het steeds groter wordende belang van geld op microniveau en, ten tweede, wordt op macroniveau sport een middel om economische processen aan de gang te houden. Dit, in combinatie met egocentrisme bij sporters en bestuurders, leidt tot misbruik van macht met economische doelen. In deze masterproef wordt de vraag gesteld wat studenten denken over corruptie in de sport, welke oorzaken, gevolgen en oplossingen zij zien.
Sportjournalisten berichten over corruptie in de sport. Aan de hand van deze berichten worden de studenten geïnformeerd en vormen zij zich een mening over de problematiek. Om meer te weten te komen over deze meningen van de studenten werden 597 actualiteitsmappen bestudeerd. Deze actualiteitsmappen werden aangelegd door de eerstejaarsstudenten Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappenvan de Universiteit Gent. De aandacht en de meningen van de studenten voor corruptieproblemen in de sport werden geanalyseerd aan de hand van 4 onderzoeksvragen
Er kan besloten worden dat de studenten aandacht hebben voor corruptieartikels, 13,92% van de actualiteitsmappen bevat 1 of meerdere corruptieartikels. De meeste hoofdstukken waarbinnen coruptieartikels worden geplaatst door studenten hebben een verschijningsvorm van corruptie in de titel: ‘Omkoping’, ‘Mensenhandel’, ‘Fraude’ of ‘Zwart geld’. De oorzaken van corruptie zien de meeste studenten bij de alom overheersende macht van de economie. Als gevolg van corruptie in de sport wordt de imagoschade voor de sport het meest aangegeven. De oplossingen worden door de studenten het meest gesitueerd op het niveau van de besturen en overheden. Studenten gaan akkoord met de meningen van de filosofen maar waar deze vaag blijven (wij zouden eigenlijk beter de commercialisering van de maatschappij in haar geheel in vraag kunnen stellen ) kiezen de studenten voor concretere oplossingen: “controles moeten erg streng zijn, er circuleert veel geld en de grote clubs moeten hun verantwoordelijkheid nemen en het goede voorbeeld geven” .
dec 22 -
Toon alle artikelen van Corruptie en ethiek
Recente artikelen
-
Dierenwelzijn en sport. Een ethische en juridische verkenning via literatuuronderzoek, gevalstudies en mondelinge geschiedenis.
Auteur: Sandra Schenkel
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2007-2008De wijze waarop mensen naar dieren kijken is sterk gedetermineerd door de cultuur waarin ze zijn opgegroeid. Zo werd de westerse maatschappij beïnvloed door verschillende filosofische stromingen. Dat is de reden waarom de meeste mensen, met Darwin, beseffen dat ze wetenschappelijk gezien zelf afkomstig zijn van dieren, maar dat ze zich in het dagelijkse leven toch als superieur beschouwen. Ondanks deze ingesteldheid, die grote gevolgen voor de omgang met dieren heeft, krijgt dierenwelzijn een steeds groter maatschappelijk draagvlak, wat voornamelijk te danken is aan dierenrechten- en dierenbeschermingsorganisaties, die elke dag meer aanhang kennen. Dit wordt onder andere weerspiegeld in de wetgeving rond het gebruik van dieren, die steeds strenger wordt, ook wat betreft de dierensport.
Dierensport is een heel algemeen begrip en omvat veel verschillende sporten met elk een eigen identiteit en typische problematiek.
Om dit te illustreren worden, op basis van literatuurstudie en interviews, drie casussen besproken namelijk stierengevechten, paardenrennen en canicross. Ze worden door ons gesitueerd binnen een spectrum dat de omvang van de ethische problematiek weergeeft. Aan het ene uiterste van het spectrum bevinden zich de stierengevechten: deze zorgen voor heel wat ophef in onze contreien en worden door de meeste mensen als wreed bestempeld. De landen die de stierengevechten als traditie hebben, zien het anders en wijzen op de inconsistentie van het noorden: ook daar zijn er tradities die evenmin diervriendelijk zijn, maar wat maakt deze dan meer moreel aanvaardbaar dan de stierengevechten?Paardenrennen bevinden zich eerder centraal in het spectrum: het doel is niet het dier te pijnigen maar deze activiteit is zodanig afhankelijk van de gokindustrie, dat misbruiken nooit veraf zijn. Zo wordt er, net als in menselijke topsport doping gebruikt maar ook dramatische valpartijen zijn geen uitzonderingen.
De canicross, die zich aan het andere uiterste van het spectrum bevindt, is een relatief nieuwe sport waarbij het accent op recreatie ligt. Dankzij een strenge regelgeving waarbij het welzijn van de hond primeert, worden misbruiken tegengegaan en komen ze slechts zelden voor.
Sport met dieren kan dus wel al moeten er enkele voorwaarden vervuld worden: de sport in kwestie dient positieve waarden met zich mee te brengen (zoals empathie), de risico’s voor het dier moeten minimaal zijn en het dier moet enige vorm van plezier kunnen ervaren.
Tot slot kunnen we stellen dat het welzijn van dieren steeds meer au serieux wordt genomen, maar dat dit slechts met kleine stapjes gebeurt. Zo lijkt het moeilijk te zijn om de mentaliteit van mensen te wijzigen indien het toebrengen van leed aan dieren als vorm van traditie te diep verankerd zit of als er enige vorm van financiële winst bij komt kijken. Maar al te vaak zijn dieren het slachtoffer van menselijke grillen, en omdat ze niet in staat zijn om voor zichzelf op te komen, zijn ze extra kwetsbaar voor alle vormen van misbruik.
Dit onderzoek is zeker niet allesomvattend en kan een start betekenen voor verdere navorsing. Er zijn immers nog heel wat dierensporten die besproken kunnen worden, zowel op cultureel als filosofisch vlak.
dec 22 -
Toon alle artikelen van Dierenwelzijn en ethiek
Recente artikelen
-
Sport, posthumaniteit en bio-ethiek: een terreinverkennende studie , e.a.
Sport, posthumaniteit en bio-ethiek: een terreinverkennende studie
Auteur: Jeroen Belmans
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2008-2009Dit werk moet gezien worden in het kader van onderzoek omtrent ethische kwesties rond het gebruik van prestatiebevorderende middelen in de sport. Aan de hand van een uitgebreide literatuurstudie wordt nagegaan op welke manier het ‘verbeteren’ van atleten kan leiden tot een transitie van het concept humaniteit. Er wordt een denkkader geschetst rond bestaande verbeteringstechnieken om op die manier meer inzicht te krijgen in het geheel van ethische problemen die hiermee gepaard gaan. De relevante literatuur kan men opslitsen in een bioconservatieve strekking, vertegenwoordigd door het World Anti Doping Agency, en een bioliberale strekking die zijn gedachtegoed verspreidt onder de noemer transhumanisme. Deze beweging moedigt actief het gebruik van biotechnologische interventies aan, om op die manier de mensheid te bevrijden van zijn lichamelijke beperkingen. Als er één domein is waar het doorbreken van onze biologische grenzen centraal staat, dan is dit de sport. Diverse voorbeelden van processen van cyborgificatie tonen de transhumane ideeën aan die reeds aanwezig zijn in de huidige sportwereld. Er wordt beargumenteerd dat de citius, altius, fortius-ideologie die de huidige topsport kenmerkt, een treffende gelijkenis vertoont met transhumaan gedachtegoed. Met de opkomst van gendoping wordt gevreesd dat atleten in de toekomst hun lichaam in die mate zullen ‘verbeteren’ dat ze zichzelf al dan niet bewust transformeren tot een soort van posthumaan subject of een cyborg. Er wordt besloten dat sport een zeer vruchtbaar gebied is waar een fenomeen als posthumaniteit zich kan manifesteren en dat de kans groot is dat de eerste postmens een atleet zal zijn. Dit brengt buiten sportethische kwesties in verband met fairness en spirit of sport, ook enkele bio-ethische vraagtekens met zich mee. Is zo een posthumane atleet nog menselijk? Moeten we hem/haar bekijken als Prometheus, de redder van de mensheid, of eerder als het monster van Frankenstein? Humaan, transhumaan of posthumaan: waar dit voor de wetenschap slechts een kwestie van puzzelen met genen is, blijkt vanuit ethisch perspectief dat dergelijke onderscheidingen nooit op dezelfde manier benaderd mogen worden. We moeten ons dringend afvragen hoe heilig de menselijke natuur voor ons is en of onze biologische structuur hier een elementair kenmerk van vormt. Het bijzondere verhaal van Oscar Pistorius, een mindervalide atleet die met beenprotheses even snel loopt als zijn ‘valide’ collega’s, kan ons hier enigszins bij helpen. Zijn voorbeeld lijkt ons veel te kunnen vertellen over welke ethische problemen ons te wachten staan als er in de toekomst een supervalide atleet opdaagt. Dit werk wil dan ook vroegtijdig wijzen op de noodzaak aan ethische richtlijnen omtrent dergelijke doorgedreven prestatieverbetering in de sport, om op die manier juist om te kunnen gaan met prestatie-verbeterende methodes die het potentieel bezitten om onze menselijkheid te bedreigen.
Disability, sport, media en ethiek. Literatuuronderzoek en gevalstudies
Auteur: Dimitri Vrancken
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2009-2010In de maatschappij bekleden personen met een handicap nog een minderwaardige positie. Ze worden op sociaal vlak anders bekeken en in het onderzoek en beleid gediscrimineerd en ondervertegenwoordigd. We verkennen in deze masterthesis problemen waar personen met een handicap mee te maken krijgen en reiken vanuit literatuuronderzoek en gevalstudies mogelijke oplossingen aan. We proberen op die manier een bijdrage te leveren aan het onderzoek naar disability en aan de praktijk van de aangepaste bewegingsactiviteiten.
We maken gebruik van een literatuurstudie om de problematiek rond disability te onderzoeken. We baseren ons voornamelijk op recente boeken, artikels en andere bronnen. Werken zoals Ethics, dis/ability and sports (2009)van McNamee & Jespersen en Disability and youth sport (2009) van Fitzgerald krijgen bijzondere aandacht. We vullen deze literatuur aan met artikels uit magazines zoals Journal of sport and social issues enbijdragen uit boeken zoals Examining identity in sports media (2010)van Cherney & Lindemann. We verruimen deze studie met een tweetal eigen onderzoeken. Aan de hand van een filmanalyse en van een enquête trachten we de bevindingen uit de literatuur te toetsen op hun waarde. We hebben de literatuur en de gevalstudies bestudeerd vanuit de invalshoek van de interdisciplinaire kinesiologie. We willen daarbij een verlengstuk leveren aan de masterproeven van Belmans (2009) en van Mertens (2010) en aan ander onderzoek dat eerder werd verricht aan de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen (KU.Leuven).
Personen met een handicap worden vanaf de revalidatie tot aan de professionele sportbeoefening geconfronteerd met meerdere beperkingen. Deze beperkingen zijn niet alleen het gevolg van de fysieke of lichamelijke component van hun handicap maar ook van bepaalde waarden en normen die heersen in de maatschappij. Personen met een handicap worden immers gespiegeld aan de aanvaarde normen van ‘de ideale mens’ zonder handicap wat leidt tot onevenwichtige verhoudingen tussen de twee. In deze masterthesis vinden we op vlak van revalidatie, inclusie, media, identiteit, onderzoek en topsport uitlopers van deze ongelijke verhoudingen. Interpretatie van de problemen en oplossingen dient uit te gaan van de abilities eerder dan van de disabilities, wat ondersteund wordt door het begrip dis/ability in de titel van deze masterthesis. Niet het ‘medische model’, dat focust op de beperkingen op zich, maar het ‘sociale model’, dat kijkt naar de positieve mogelijkheden en naar de voorwaarden in de omgeving en in de maatschappij, vormt het perspectief van ons literatuuronderzoek en onze gevalstudies. Zowel mensen met als zonder handicap kunnen het tij helpen keren en het sleutelwoord voor het bekomen van deze ommekeer is empowerment. Aangepaste sport heeft een belangrijke impact op de zelfwaarde van mensen met een handicap en kan, mits opwaardering ten aanzien van de mainstream sporten, positief bijdragen aan dit empowerment. Positieve initiatieven in de wereld van de media en van de populaire cultuur zoals Murderball (2005) kunnen het imago van personen met een handicap en de aangepaste sporten helpen opwaarderen. Aangezien de activiteiten waaraan men deelneemt in belangrijke mate de identiteit van een persoon vormen, betekent de verbetering van het imago van aangepaste sporten dus een belangrijke eerste stap richting evenwaardigheid. Door mensen met een handicap nog meer te betrekken in onderzoek en hun sportmogelijkheden (gescheiden of inclusief) te valoriseren kunnen we hun positie permanent verbeteren in de maatschappij.
We proberen via deze masterthesis een aantal aspecten te belichten die de zelfontplooiing van personen met een handicap belemmeren. Het was onze bedoeling om deze thematiek voor verder ethisch onderzoek te ontsluiten en een aanzet te geven om met name de rol van de media en de populaire cultuur diepgaander te bestuderen. We juichen daarbij initiatieven toe die zowel op wetenschappelijk vlak als op sociaal vlak een positief effect weten te bewerkstelligen.
Disability in de spiegel van de romanliteratuur - Gevalstudie van Tommy Wieringa’s Joe Speedboot (2005)
Auteur: Louis Mertens
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2009-2010Romanliteratuur kan bijdragen tot de ontwikkeling van kennis over de belevingswereld van personen met een fysieke beperking en over hun ervaring van bewegingsbeperking, bewegingskansen en sportbeoefening. Dit is de hypothese die wordt getoetst in deze masterproef op het snijvlak van biomedische en humane wetenschappen.
Om het onderzoek conceptueel en theoretisch te kaderen worden wetenschappelijke geschriften bestudeerd, enerzijds rond disabilities en aangepaste bewegingsactiviteiten en anderzijds rond het verband dat letterkundigen leggen tussen fictie en realiteit. De gevalstudie van Tommy Wieringa’s veelgeprezen Joe Speedboot (2005) over de opgroeiende rolstoelgebruiker Fransje Hermans staat centraal in deze masterproef. De roman wordt aan een grondige analyse onderworpen. Dit gebeurt vanuit het perspectief van de interdisciplinaire kinesiologie. De bevindingen worden gerelateerd aan ware cases. Ze worden verder in verband gebracht met de eigen ervaring van de auteur van deze verhandeling, die zijn rechtervoorarm mist en die zijn studies lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen voltooit. De resultaten van het onderzoek worden bovendien getoetst aan recensies uit de pers, de zienswijze van de geïnterviewde auteur en de reacties van geënquêteerde lezers.
De roman verhaalt over Fransje Hermans die verlamd geraakt aan de onderste ledematen, zijn spraakvermogen kwijtspeelt en in het conservatieve dorpje Lomark een passieve observator dreigt te worden. Meer nog dan de bewegingsbeperking lijkt hij te lijden onder het gebrek aan takt in zijn sociale omgeving. Door zijn vriend, die zichzelf Joe Speedboot noemt, wordt hij uit zijn bewegingsloosheid gehaald. Na een crisis brengt hij het, in de tweede helft van het verhaal, zelfs tot topsporter in het normale circuit van het armworstelen. Ondanks internationale successen loopt dit uit op een desillusie, maar de protagonist komt gelouterd uit het avontuur.
Het avontuur van het armworstelen wordt in deze verhandeling besproken als een allegorie van empowerment: waar een eigen wil is, is een eigen weg, ook voor personen met functionele beperkingen. Wieringa heeft zijn roman gebaseerd op diepgaande research en legt de vinger op de wonde van de zogenaamde disability experience. Zoals uit andere cases en uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, is onbegrip uit de omgeving vaak problematischer dan de fysieke beperking op zich. Het medische model, waarin ‘afwijkingen’ van de norm centraal staan, wordt nu stilaan verlaten voor het sociale model, waarbij gefocust wordt op abilities en ‘kansen’ en op de noodzaak van brede veranderingen. Dit verklaart het gebruik van dis/ability in de titel van dit werkstuk, een concept uit recent onderzoek zoals van Jespersen en McNamee (2009).
Als ‘trage kunstvorm’ biedt de roman mogelijkheden om complexe situaties en geschakeerde gevoelens te begrijpen. De roman is daarom een relevante bron voor wetenschappelijk onderzoek en een geschikt middel voor waardevorming. Maar dit kan enkel als het verhaal gekenmerkt wordt door wat letterkundigen ‘ware fictie’ noemen: uit dit onderzoek is gebleken dat de ontwikkelingsroman Joe Speedboot, hoewel verzonnen, op vele plaatsen inderdaad een groot realiteitsgehalte heeft. De auteur van deze masterproef beveelt breder en dieper onderzoek aan: analyses van andere romans en andere bronnensoorten, gebruik van de fenomenologische methode en inschakeling van onderzoekers die zelf ervaring hebben met bewegingsbeperkingen. Ondertussen wordt de lectuur van geëngageerde auteurs als Tommy Wieringa aanbevolen aan studenten en afgestudeerden in aangepaste bewegingsactiviteiten en lichamelijke opvoeding. Het kan een element zijn in ethische vorming en sociale verandering.
dec 22 -
Toon alle artikelen van Disabilities, superabilities en ethiek
Recente artikelen
-
Lichamelijke opvoeding en sport als integratiemiddel voor allochtone jongeren van het Stedelijk Instituut voor Handel en Ambachten (SIHA), e.a.
Lichamelijke opvoeding en sport als integratiemiddel voor allochtone jongeren van het Stedelijk Instituut voor Handel en Ambachten (SIHA)
Auteur: Kim De Raedt
Promotor: Prof. dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2007-2008Naar aanleiding van een noodzaak aan veldonderzoek over lichamelijke opvoeding en sport als integratiemiddel voor allochtone jongeren, wordt in deze masterthesis aan de hand van een casestudy in het Stedelijk Instituut voor Handel en Ambachten (SIHA) getracht een beeld te vormen van de factoren die een rol spelen bij lichamelijke opvoeding als middel tot sociaal-culturele en sociaalaffectieve integratie van allochtone jongeren. SIHA is een concentratieschool met 47 nationaliteiten (de Belgische meegerekend) en een waaier aan religieuze overtuigingen en culturen. Hierdoor vormt ze een uniek laboratorium voor dit onderzoek. Voorafgaand aan deze casestudy wordt in een literatuurstudie zowel sport en lichamelijke opvoeding als integratiemiddel voor etnische minderheden belicht, vooral in Vlaanderen en Antwerpen. Hieruit blijkt dat de literatuur zich veelal beperkt tot sport als structurele integrator van minderheidsgroepen, d.i. participatie in georganiseerde en niet-georganiseerde sportactiviteiten. Op dit niveau van participatie is reeds goed werk geleverd in Vlaanderen en ook in Antwerpen, waar o.a. de buurtsport een voorbeeldfunctie heeft voor heel Vlaanderen.
In dit veldonderzoek werden volgende onderzoeksvragen vooropgesteld: (1)Wat is de rol van lichamelijke opvoeding in het integratieproces van allochtone jongeren en (2) zijn er factoren te onderscheiden die dat proces beïnvloeden? (3) Er werd ook gepeild naar de mogelijkheden om de integratie van allochtone jongeren via buiten- en naschoolse sportactiviteiten te beïnvloeden. Als onderzoeksmethoden werden participerende observatie in het 2de tot en met het 7de jaar en diepte-interviews bij zestien leerlingen en drie vakleerkrachten lichamelijke opvoeding gecombineerd.
De resultaten wijzen uit dat de slaagkansen van lichamelijke opvoeding als integratiemiddel afhankelijk zijn van twee grote groepen van factoren: contextuele factoren en persoonsgebonden factoren , waarbij de eerste groep als de belangrijkste kan worden beschouwd, omwille van haar maakbaarheid. Met contextuele factoren wordt bedoeld: de school met zijn pedagogische visie en kansen, de vakgroep LO en de vakleerkracht. Persoonsgebonden factoren houden eigenschappen als leeftijd, geslacht, etnische afkomst, religie en familiale situatie in. Lichamelijke opvoeding kan als integrator optreden voor allochtone jongeren, als de eerste groep factoren op een gerichte manier wordt afgestemd op de tweede groep. Hierbij is de brug die wordt gevormd naar buitenschoolse sport van belang voor de integratie van allochtone jongeren in buitenschoolse en naschoolse sportactiviteiten. Verder kwalitatief onderzoek is echter wenselijk, bij voorkeur aan de hand van vergelijkende studies over de grenzen van scholen, provincies en landen heen, of casestudy’s gericht op andere scholen of schoolgroepen
Sport, cultuur en vierde wereld: een vergelijkende studie van gelijkekansenbeleid in Oost-Vlaamse steden
Auteur: Sanne Van den Bleeken
Promotor: Prof. dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2007-2008Niet alle lagen van de bevolking krijgen de kans om deel te nemen aan sportieve en culturele activiteiten. De belangrijkste drempel voor deze deelname is de financiële drempel. Initiatieven die deze drempel trachten te verlagen of weg te werken, bestaan in verschillende Vlaamse steden. In deze studie worden deze initiatieven beschreven en geanalyseerd in comparatief perspectief.
Aan de hand van uitgebreide gesprekken met de organiserende instanties werd informatie ingewonnen omtrent de werking van deze initiatieven. Het armoedebeleid in de steden werd uitgediept aan de hand van een analyse van beleidsdocumenten. Eerst komen de pionierssteden Aalst en Sint-Niklaas aan bod, gevolgd door andere Oost-Vlaamse steden. In de twee genoemde steden kunnen kansarmen reeds jarenlang een kansenpas aanvragen waarmee ze tegen een verlaagd tarief kunnen deelnemen aan sportieve en culturele activiteiten, waarbij het vooral gaat over actieve sportdeelname en passieve cultuurdeelname.
Uit deze analyses kunnen enkele kritieke succesfactoren afgeleid worden die voor andere steden en gemeenten als leidraad kunnen dienen voor een geslaagd gelijkekansenbeleid met betrekking tot sport en cultuur voor kansarmen. Zo is het van cruciaal belang dat er een nauwe samenwerking is tussen de organiserende instantie enerzijds en het OCMW, de sportdienst en de cultuurdienst anderzijds. Verder is het van belang dat een werkkracht zich voltijds kan bezighouden met de uitbouw van de kansenpas en het onderhouden van contacten met de doelgroep. Ten slotte moet er een beleid rond armoede gevoerd worden waarbij het verlagen van de financiële drempel niet het enige doel is. Er moeten eveneens bijkomende activiteiten georganiseerd worden om het effectieve gebruik van de kansenpas zo hoog mogelijk te maken.
Verder is uit het onderzoek gebleken dat de cijfers van cultuurparticipatie bij kansenpashouders hoger liggen dan die van sportparticipatie. Het financiële is opnieuw doorslaggevend. Bij actieve sportdeelname zijn er meer immers bijkomende kosten. Deze kosten kunnen zo laag mogelijk gehouden worden door initiatieven waarbij kansarmen met steun van het OCMW bijvoorbeeld sportkledij en -materiaal kunnen aankopen. De kansenpas van Aalst en Sint-Niklaas zijn reeds goede praktijkvoorbeelden. Toch is verder onderzoek omtrent deze materie nuttig om de effectiviteit en efficiëntie van drempelverlagende initiatieven na te gaan en te optimaliseren.
dec 22 -
Toon alle artikelen van Diversiteit, gelijke kansen en ethiek
Recente artikelen
-
Sport, doping en ethiek: discoursanalyse van geschriften van studenten en journalisten (1998-2006), e.a.
Sport, doping en ethiek: discoursanalyse van geschriften van studenten en journalisten (1998-2006).
Auteur: Hans Vangrunderbeek
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2006-2007In de sportfilosofische literatuur wordt uitgebreid gereflecteerd rond ethische vraagstellingen in verband met de dopingproblematiek. Tot op heden verschijnen artikels en boeken van vakspecialisten die zich buigen over de centrale vraag of dopinggebruik in de sportwereld al dan niet moet toegelaten worden. Uit literatuuronderzoek blijkt dat er onder hen van eensgezindheid geen sprake is. Daar waar sommige sportfilosofen en ethici pleiten voor de instandhouding van het huidige nultolerantieprincipe, ijveren steeds meer anderen voor een gematigde of zelfs doorgedreven vorm van tolerantie. Het zijn echter niet alleen sportfilosofen en ethici die een belangrijke stem hebben in dit debat. De verschillende hoofdrolspelers worden in deze licentiaatsverhandeling in kaart gebracht en beknopt besproken. Onder hen bevinden zich de media, met de sportjournalisten op kop, alsook de studenten lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen. Deze laatsten krijgen bijzondere aandacht in dit onderzoek, gezien hun relevantie naar de toekomst toe. Zij zullen immers in de diverse domeinen van de sportwereld hun beroep uitoefenen en daar verantwoordelijkheid dragen.
Om de interesse, de standpunten en de daartoe aangehaalde argumenten van deze studenten weer te geven, werd een studie doorgevoerd van 555 actualiteitsmappen. Deze werden tijdens de academiejaren 1998-1999 tot en met 2005-2006 aangelegd door eerstejaarsstudenten lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen aan het HILO van de Universiteit Gent. Aan de hand van een toegepast-ethische benadering wordt doorheen deze jaargangen een overzicht geschetst van de evolutie in aandacht, standpunten en argumentaties. Op basis van literatuuronderzoek werden deze standpunten ingedeeld in de categorieën nultolerant, tolerant en afzijdig, terwijl de argumenten werden ondergebracht in categorieën die we hebben genoemd: het ik, de ander, het spel en het schouwspel.
We kunnen besluiten dat er onder de studenten wel degelijk sprake is van een evolutie in de richting van een minder uitgesproken nultolerantie-standpunt. Vanaf jaargang 2003-2004 daalt het procentuele aantal studenten dat zich radicaal tegen doping keert, terwijl er een toename is in de categorieën tolerant en afzijdig. Naar argumentatie toe vormen de categorieën het ik en het spel tijdens de eerste zes jaargangen samen de absolute meerderheid: het gezondheidsargument enerzijds en het fair play-argument anderzijds overheersen de discussie onder de studenten. De laatste jaargangen blijven de argumenten in de categorie het spel, met het fair play-begrip op kop, aan de basis liggen van de relatieve instandhouding van de nultolerantie. Uit de resultaten van het onderzoek en de afgenomen diepte-interviews komt ook naar voor dat de studenten vaak sterk beïnvloed worden door de media. Deze bevindingen worden uitvoerig besproken en ook worden mogelijke verklaringen voor deze evoluties aangegeven. Om de vaak intuïtieve argumentaties van de studenten te kaderen en onze eigen analysecategorieën te toetsen wordt het laatste woord gegeven aan de sportfilosofen en ethici. In hun betoog beargumenteren ze waarom doping zo geviseerd wordt in de sportwereld en waarom het al dan niet verboden moet worden. Tot slot wordt ook het actuele thema ‘genetische doping’ beknopt besproken en wordt de noodzaak aangegeven om hierrond diepgaande en interdisciplinaire navorsing op te starten.
Sport, gendoping en ethiek: een verkennende studie
Auteur: Silke Mercken
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2008-2009Deze masterproef behandelt de ethische problematiek rond de opkomst van een nieuwe vorm van prestatiebevordering in de sport, namelijk het genetisch modificeren van atleten.
Gendoping kan omschreven worden als het gebruik van genen, genetische bouwstenen en/of cellen waarbij er geen therapeutisch doel voor ogen is, maar waarbij het de intentie is om atleten zodanig genetisch te manipuleren dat het niveau van hun sportprestatie toeneemt. De vijf belangrijkste genen die hiervoor gebruikt kunnen worden, zijn momenteel erytropoëtine (EPO)-DNA, de insuline-achtige groeifactor-1 (IGF-1), de vasculaire endotheel-groeifactor (VEGF), myostatine en endorfinen.
De grens tussen gentherapie en gendoping is niet altijd eenvoudig te trekken. Toch is dit onderscheid van cruciaal belang aangezien prestatiebevorderende middelen en methoden in de sport niet toegelaten zijn. In 2003 nam het World-Anti-Doping-Agency (WADA) genetische doping dan ook op in haar Anti-Doping Code. Dit verbod op genetisch gemanipuleerde atleten zorgt er echter wel voor dat atleten, die toch voor deze vorm van doping kiezen, in illegale en dus ongecontroleerde laboratoria terecht komen waardoor de kans op potentiële risico‟s aanzienlijk toeneemt.
Vanuit ethisch oogpunt hanteert men twee hoofdargumenten om gendoping te verbieden, namelijk de gezondheidsschade aan de atleet en de oneerlijkheid ten opzichte van de tegenstanders. Maar deze en andere argumenten worden onder druk gezet door wetenschappers, sportethici, atleten, etc. die wel voordelen zien in de toelating van gendoping. Zo blijkt dat gentechnologie atleten ook kan beschermen door personen met ongunstige genetische kenmerken te behoeden voor het beoefenen van bepaalde sporten. Anderzijds kan de toepassing van gentechnologie in de sport ook tot problemen leiden, zoals het genetisch selecteren van sporttalent zowel op jonge leeftijd als tijdens de embryonale ontwikkeling. Door de onkritische houding die atleten in hun streven naar de top kunnen innemen ten opzichte van dopingproducten, vragen ethici als Kayser en Miah zich af of het misschien niet beter is om gendoping en doping in het algemeen toe te laten onder medisch toezicht. Op deze manier zouden volgens hen veel gezondheidsrisico‟s vermeden kunnen worden.
Tot slot behandelt deze masterproef ook de ethische standpunten die worden ingenomen over de waarden die met sport geassocieerd worden. Zo veronderstelt men dat er in sport naar een zo eerlijk mogelijke competitie gestreefd wordt. Sommige ethici beweren dat deze eerlijkheid niet gegarandeerd wordt wanneer enkele atleten zuiver zijn en anderen niet. Anderen menen dan weer dat de toelating van gendoping er juist voor zal zorgen dat de competitie eerlijker dan ooit te voren zal verlopen. Hiernaast worden ook de morele zuiverheid en het rolmodel van de atleet in vraag gesteld om uiteindelijk af te sluiten met de discussie of gendoping een meerwaarde of een bedreiging zal zijn voor de entertainmentwaarde van de sport.
Deze masterproef kon slechts een brede terreinverkenning beogen. Hopelijk is ze een stimulans om de ethische problematiek van gendoping op een meer diepgaande wijze en in een interdisciplinaire context te onderzoeken.Sport, doping en ethiek. De zaak Filip Meirhaeghe en de zaak Rutger Beke: inhoudsanalyse van egodocumenten en persverslagen
Auteur: Jeroen Pans
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2008-2009Deze masterproef stelt zich tot doel het gedrag, de standpunten en de ethische argumenten van medespelers van de sport- en dopingscène in kaart te brengen. Met name wordt onderzocht hoe topsporters ten opzichte van doping staan. Dit gebeurt door middel van de analyse van twee egodocumenten, namelijk het boek Positief van Filip Meirhaeghe en het boek Ik Niet van Rutger Beke. Beide boeken behandelen totaal verschillende dopingzaken die zich als twee uitersten tegenover elkaar stellen. Filip Meirhaeghe is namelijk betrapt op het gebruik van EPO en heeft meteen bekend, terwijl Rutger Beke eveneens betrapt is, maar steeds ontkend heeft en uiteindelijk onschuldig bevonden werd. Naast deze twee topsporters komen ook journalisten aan bod, eveneens actoren op de sport- en dopingscène. Aan de hand van persverslagen over de zaak Meirhaeghe en de zaak Beke worden de standpunten en de argumenten van journalisten behandeld. Via een uitgebreide literatuurstudie komen nog andere medespelers van de sport- en dopingscène aan bod. Vooral het WADA komt hier in het vizier, en tevens gaat veel aandacht naar filosofen en ethici.
Uit de inhoudsanalyse van de egodocumenten blijkt dat Rutger Beke een nultolerante houding aanneemt ten opzichte van het al dan niet toelaten van doping. Hij is zeer radicaal ten opzichte van ‘bedriegers’ en vindt alles wat met anti-doping te maken heeft ‘cool’. Filip Meirhaeghe heeft een heel andere attitude ten opzichte van doping en dopingcontroles. Hij stelt dopingcontroleurs steevast op de proef door hen te laten wachten. Filip verklaart dit zelf als “het opsteken van een middelvinger naar het dopingbeleid”. Een uitgesproken tolerant standpunt neemt Filip niet in, maar dat hij niet zo radicaal nultolerant is als Rutger, daar bestaat geen twijfel over. Niet alle journalisten zijn even expliciet in het uiten van hun standpunt in het dopingdebat. Toch blijkt dat het principe van nultolerantie aanwezig is. Er is echter geen enkel artikel terug te vinden waar journalisten openlijk voor een tolerante houding kiezen. De kritische vraag wordt wel gesteld hoe lang het nultolerantie-principe nog zal stand houden.
Wanneer egodocumenten als bron gebruikt worden, moet men zich steeds bewust zijn van het fictieve karakter van deze documenten, aangezien ze geschreven zijn door middel van een subjectieve en persoonlijke stijl. Daarom kan verder onderzoek er op gericht zijn om via diepte-interviews op zoek te gaan naar de scheiding tussen fictie en non-fictie. In deze masterproef komen bovendien slechts twee egodocumenten aan bod, terwijl nog andere egodocumenten liggen te wachten op analyse. Dezelfde bevindingen kunnen in verband met de analyse van persverslagen gemaakt worden. Ook hier beperkt deze masterproef zich tot de zaak Meirhaeghe en de zaak Beke. Bovendien bevatten journalistieke artikels eveneens subjectieve informatie. Het kan in dit opzicht bijgevolg ook interessant zijn om journalisten aan een diepte-interview te onderwerpen.
dec 22 -
Toon alle artikelen van Doping en ethiek
Recente artikelen
-
Basketbal versus korfbal: een studie naar genderrollen en seksuele geaardheid , e.a.
Basketbal versus korfbal: een studie naar genderrollen en seksuele geaardheid
Auteur: Gregory Dom
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2009-2010Daar korfbal regelmatig in verband wordt gebracht met basketbal en gepercipieerd wordt als‘basketbal zonder dribbelen’ gaat deze studie na hoe gelijkaardig beide sporten wel degelijk zijn. De focus ligt op genderrollen en seksuele geaardheid. Er wordt meer bepaald nagegaan hoe geëmancipeerd beide sporten zijn, met welk imago ze te kampen hebben en welke impact deze imago’s hebben op de participatie en acceptatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen.
Om over de nodige achtergrondkennis te beschikken om het comparatief onderzoek uit te voeren werd in de bibliotheek campus Arenberg en elektronische databanken op zoek gegaan naar informatie omtrent gender in de sport en omtrent het ontstaan en de evolutie van beide sporten.
De vergelijkende studie zelf bestaat uit twee delen, namelijk een literatuurstudie enerzijds en diepteinterviews anderzijds. We bestudeerden literatuur omtrent vrouwenemancipatie, imago en geaardheid in sport in het algemeen en basketbal en korfbal in het bijzonder. Daar de meeste resultaten handelen over Nederland, wat korfbal betreft, en over de Verenigde Staten, wat betreft basketbal, blijft de geschetste situatie beperkt tot deze twee landen, die niet toevallig de twee toplanden en landen van oorsprong zijn. Het moet wel opgemerkt worden dat, aangezien korfbal slechts in een beperkt aantal landen wordt gespeeld, ook de wetenschappelijke interesse in deze sport beperkt is. De studies die wel uitgevoerd zijn behoren dan weer tot ‘de vorige generatie’ en zijn soms twintig jaar oud. Daarom moet er erg voorzichtig omgesprongen worden met de veralgemening van deze resultaten naar de situatie van vandaag.
Omtrent de situatie in België bestaat er nauwelijks onderzoek. Daarom trachten we via diepteinterviews dan weer na te gaan hoe de huidige situatie daar is. Drie Belgische korfballers en drie Belgische basketballers, telkens twee mannen en één vrouw, kregen een dertigtal vragen voorgeschoteld.
Uit de resultaten bleek dat het imago van beide sporten enorm verschilt. Basketbal krijgt, als typische mannensport en dankzij het harde spel, eerder een macho-imago. De dames die in deze ‘harde’ sport actief zijn krijgen dan weer het imago van ‘manwijf’. Mannen die korfbal spelen, dat bekend staat als echte familie- en niet-contactsport, zouden gepercipieerd worden als mietjes. De mannelijke korfballers en de vrouwelijke basketballers blijken een sport te beoefenen die niet bij de typische gedragingen van hun geslacht behoort, waardoor ze er vaak van verdacht worden holebi te zijn. Alleen in het vrouwenbasketbal komen er vaak lesbische vrouwen voor en alleen in het mannenbasketbal worden homo’s niet aanvaard. Tot slot is gebleken dat, hoewel de International Korfball Federation (IKF) het korfbal promoot als dé geëmancipeerde sport, de vrouwen in alle aspecten van de sport gedomineerd worden door de mannen. Het mannenbasketbal blijft, nog meer dan een korfbal, een mannenbastion maar in het Amerikaans damesbasketbal blijkt men tot een geëmancipeerde situatie te komen. Beide sporten verschillen vooral op de manier waarop de buitenwereld naar hen kijkt. Hoe men naar zichzelf kijkt en hoe geëmancipeerd de vrouwen zijn, komt in sterke mate overeen.
Sport en gender: discoursanalyse van geschriften van studenten en journalisten (1998-2006)
Auteur: Annelies Vanderstichele
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2006-2007In deze eindverhandeling wordt onderzocht wat studenten denken over het thema gender in de sport. Dit gebeurt aan de hand van actualiteitsmappen die eerstejaarsstudenten lichamelijke opvoeding aan de Universiteit Gent dienden te maken. De actualiteitsmappen werden de afgelopen acht academiejaren samengesteld. In deze werkstukken moesten zij artikels opnemen, onder een thema plaatsen en kritisch bespreken. Op basis van de artikels die zij selecteerden werd er een hoofdstuk geschreven over de genderthema’s die in de actualiteit aan bod kwamen gedurende het voorjaar van de desbetreffende academiejaren.
Aan de hand van de kritische commentaren werd er een kwantitatieve en een kwalitatieve analyse gemaakt. Deze analyses gebeurden op basis van acht verschillende deelthema’s, die telkens een apart hoofdstuk vormen: gender, typische mannen- en vrouwensporten, media, bestuursfuncties, verloning, homoseksualiteit, transseksualiteit, vrouwentennis versus vrouwenwielrennen. Aan de analyses ging telkens een literatuurstudie vooraf. In de analyses werd steeds bekeken hoeveel studenten van elk geslacht over een bepaald thema schreven en naar aanleiding van welke artikels ze dit deden. Er werden ook drie studenten geïnterviewd die in hun actualiteitsmap over gender hadden geschreven. Hun mening omtrent de verschillende thema’s werd bevraagd.
Er is geen significant verschil tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke studenten die iets schrijven over gender in hun actualiteitsmap. Er is ook geen verschil op te merken tussen de meningen van de mannelijke en vrouwelijke studenten. Bijna alle studenten conformeren zich met de inhoud van de artikels die ze selecteerden. Opvallend is dat de studenten de toekomst van de vrouw in de sport erg positief inzien. Zij beseffen wel dat vrouwen op heel wat vlakken in de sport moeten onderdoen voor mannen, maar zij geloven dat hier in de (verre) toekomst verandering in komt. De media worden als de grote verantwoordelijken gezien voor de bestendiging van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de sport. Volgens de studenten hebben de media de mogelijkheid om de ongelijkheid te veranderen. De bevindingen werden over het algemeen bevestigd door de drie geïnterviewde studenten.
Aangezien dat het de studenten van vandaag zijn die de wereld van morgen mee bepalen zouden we kunnen stellen dat er een gunstigere toekomst is weggelegd voor de vrouwen.
dec 22 -
Toon alle artikelen van Gender en ethiek
Recente artikelen
-
Onderzoek, ethiek en beleid rond sexual harassment in de sport. e.a.
Onderzoek, ethiek en beleid rond sexual harassment in de sport.
vergelijkende studie van Nederland en Vlaanderen.
Auteur: De Bodt Marieke
Promotor: Prof. dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2007-2008In de sport kunnen de vertrouwensrelatie tussen atleet en coach en de machtspositie die deze laatste inneemt leiden tot ongewenste gedragingen. In deze studie wordt nagegaan welke aandacht men heeft in de Vlaamse en Nederlandse sportwereld voor sexual harassment. Onder sexual harassment verstaan we elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren. We spreken over drie gradaties van sexual harassment. Tot zwak harassment behoren gedragingen zoals dubbelzinnige grapjes, in een grijze zone worden seksuele getinte opmerkingen gesitueerd en onder sterk harassment valt o.a. seksueel misbruik.
Deze problematiek wordt vanuit een brede invalshoek en via verschillende onderzoeksmethodes benaderd. Zo bieden een documentanalyse en een kwalitatief onderzoek ons de nodige kennis voor het maken van een comparatieve studie van Nederland en Vlaanderen.
Uit de literatuurstudie blijkt dat slachtoffers van sexual harassment vaak minderjarig en van het vrouwelijk geslacht zijn. Vanwege hun afhankelijke positie in de maatschappij verdienen deze kinderen en jongeren extra aandacht. In het licht van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) zorgden inspanningen van overheden en niet-gouvernementele organisaties, publicaties, alsook enkele geruchtmakende zaken in binnen- en buitenland voor een grotere aandacht rond deze algemene problematiek.
Uiteraard dient het IVRK ook in de sportcontext toegepast te worden. Wereldwijd is er een draagvlak ontstaan voor gerichte acties, om krachtig op te treden tegen sexual harassment van kinderen in de sportwereld. Toch moeten we vaststellen dat niet alle landen even snel zijn in het nemen van maatregelen. Zo is Nederland pas een aantal jaren geleden gestart met het voeren van een specifiek beleid omtrent sexual harassment in de sport en is er in Vlaanderen zelfs nog geen sprake van een sportbeleid rond deze problematiek. Hieruit concluderen we niet dat Vlaanderen geen inspanningen levert om dergelijke problemen op te vangen. Zo werden op het symposium Sport op jongerenmaat van 7 juni 2006 nuttige aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid. Maar deze inspanningen blijven tot de dag van vandaag louter papierwerk. Op het terrein gebeurt er bijna niets.
Binnen de Vlaamse Gemeenschap is er enige verdeeldheid omtrent de manier van aanpak van sexual harassment in de sport. Misverstanden tussen beleidsactoren en onderzoekers, die uit ons kwalitatief onderzoek naar voren komen, werken deze verdeeldheid mee in de hand. Algemeen is men het erover eens dat de bespreekbaarheid moet verhoogd worden, zodat de Vlaamse bevolking meer bewust wordt van deze problematiek. Vervolgens dienen verschillende instanties nauw samen te werken, zodat communicatieproblemen voorkomen kunnen worden.
Uit de comparatieve studie blijkt dat het heilzaam kan zijn dat dit alles ruim ondersteund wordt door de media. Een gerechtelijk proces rond sexual harassment in de sportwereld zou gebeurlijk kunnen zorgen voor een grote verontwaardiging bij de bevolking, waardoor de taboesfeer doorbroken wordt, zoals in Nederland is gebeurd. Samen met goed uitgewerkte structuren en hoog gekwalificeerd personeel kan men evolueren naar een degelijk beleid. Om dit beleid te helpen uittekenen en te helpen verbeteren is verder sportspecifiek, kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar sexual harassment en naar misbruik in het algemeen nodig.
Kinderrechten en bewegingscultuur.
Juridische context, ethische betekenis en gevalstudies.
Auteur: Annelies Inghelbrecht
Promotor: Prof. dr. Jan Tolleneer ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2002-2003Kinderen en jongeren genieten van een aantal rechten die zo fundamenteel zijn dat ze aan geen verdere voorwaarden verbonden zijn. Dit is de essentie van mensenrechten zoals die in hun algemeenheid al in 1948 vastgelegd werden. De specifieke vertaling naar kinderen en jongeren toe werd gedaan in 1989 toen de grondrechten geëxpliciteerd werden door de Verenigde Naties in het Verdrag van de Rechten van het Kind. In deze studie wordt nagegaan of men ook in de wereld van de sport en bewegingscultuur oog heeft voor de fundamenten van het Verdrag. Sport- en spelactiviteiten zijn immers een populaire vrijetijdsbesteding bij minderjarigen. De bredere kinderrechtenliteratuur wordt dus verkend vanuit de invalshoek van de bewegingscultuur. Dit verband is van vrij recente datum. Het is de bedoeling aan de hand van een literatuurstudie een algemeen beeld te scheppen.
In het licht van het Verdrag hebben kinderen recht op provisie, protectie en participatie. Kinderen moeten dus de mogelijkheid krijgen om aan sport te doen. Daarbij moeten ze tegen alle vormen van misbruik en exploitatie beschermd worden. Verder hebben ze het recht zich bij eender welke vereniging aan te sluiten en moet hun eigen mening in deze context gehoord worden. Via ‘internationale’ verdragen en ‘nationale’ wetteksten kan men deze rechten en vrijheden in de sportwereld afdwingen. Op beide niveaus zijn reeds heel wat inspanningen geleverd om hieraan te voldoen. Op internationaal vlak worden vooral aanbevelingen gedaan naar nationale overheden en sportfederaties toe. Op Vlaams niveau bestaan concrete decreten die het recht van jongeren op een verantwoorde sportbeoefening moeten vrijwaren. Toch komen nog verschillende tekorten naar voren. Nog al te vaak worden kinderen in de wereld van de topsport gezien als ‘prestatie-object’. De competitiegedachte en het economisch gewin komen op de eerste plaats. Het belang van het kind en de ethische waarde van bewegingscultuur wordt naar de achtergrond terug gedrongen. Onderzoek toont aan dat sport- en bewegingsactiviteiten heel wat mogelijkheden bieden. Ze kunnen zowel bijdragen tot de lichamelijke gezondheid, als de mentale en sociale ontwikkeling van kinderen. Sportactiviteiten kunnen de integratie van alle jongeren in de maatschappij bevorderen en bieden heel wat pedagogische kansen. Het is aan het beleid, ouders en begeleiders om deze kansen aan te grijpen. Jongeren hebben recht op een sportbeleid waarin hun specifieke noden en behoeften worden gerespecteerd. In Vlaanderen zijn er verschillende organisaties die jongeren deze mogelijkheid aanbieden. In de eerste jaren na de goedkeuring van het Verdrag speelde vooral Sporta een voortrekkersrol op dit gebied via het project ‘Kinderrechten in de wereld van de sport’. Momenteel zijn hoofdzakelijk Bloso en de Koning Boudewijnstichting bezig met het opzetten van kwalitatief onderbouwde jeugdsportprojecten. Vooral ook in ontwikkelingslanden hebben kinderen recht op een kindvriendelijk en ethisch verantwoord jeugdsportbeleid. De Nederlandse overheid heeft reeds een vijftal jaar een programma lopen dat zich bezighoudt met sport en ontwikkelingssamenwerking. Verschillende instanties dragen via de organisatie van sportprojecten bij tot de ontwikkeling van kinderen en jongeren in derde wereldlanden. Ze helpen hen een stapje verder in de realisatie van hun fundamentele rechten.
We kunnen besluitend vaststellen dat men ook in de sportwereld meer en meer aandacht schenkt aan de fundamentele rechten van kinderen en jongeren. Zowel op juridisch niveau als op het vlak van concrete projecten, is een belangrijke basis gelegd. Maar er is nog een lange weg te gaan vooraleer jongeren in de sportwereld ten volle van hun fundamentele rechten zullen kunnen genieten.
dec 22 -
Toon alle artikelen van Jeugdsport en ethiek


