zondag 20 mei 2012
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Waardevorming

Artikels over ethiek in de sport

Sport, posthumaniteit en bio-ethiek: een terreinverkennende studie , e.a.

Geplaatst door Super User
Super User
Super User has not set their biography yet
Gebruiker is momenteel offline
op donderdag, 22 december 2011 in Disabilities, superabilities en ethiek

Sport, posthumaniteit en bio-ethiek: een terreinverkennende studie

Auteur: Jeroen Belmans
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer (
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2008-2009

Dit werk moet gezien worden in het kader van onderzoek omtrent ethische kwesties rond het gebruik van prestatiebevorderende middelen in de sport. Aan de hand van een uitgebreide literatuurstudie wordt nagegaan op welke manier het ‘verbeteren’ van atleten kan leiden tot een transitie van het concept humaniteit. Er wordt een denkkader geschetst rond bestaande verbeteringstechnieken om op die manier meer inzicht te krijgen in het geheel van ethische problemen die hiermee gepaard gaan. De relevante literatuur kan men opslitsen in een bioconservatieve strekking, vertegenwoordigd door het World Anti Doping Agency, en een bioliberale strekking die zijn gedachtegoed verspreidt onder de noemer transhumanisme. Deze beweging moedigt actief het gebruik van biotechnologische interventies aan, om op die manier de mensheid te bevrijden van zijn lichamelijke beperkingen. Als er één domein is waar het doorbreken van onze biologische grenzen centraal staat, dan is dit de sport. Diverse voorbeelden van processen van cyborgificatie tonen de transhumane ideeën aan die reeds aanwezig zijn in de huidige sportwereld. Er wordt beargumenteerd dat de citius, altius, fortius-ideologie die de huidige topsport kenmerkt, een treffende gelijkenis vertoont met transhumaan gedachtegoed. Met de opkomst van gendoping wordt gevreesd dat atleten in de toekomst hun lichaam in die mate zullen ‘verbeteren’ dat ze zichzelf al dan niet bewust transformeren tot een soort van posthumaan subject of een cyborg. Er wordt besloten dat sport een zeer vruchtbaar gebied is waar een fenomeen als posthumaniteit zich kan manifesteren en dat de kans groot is dat de eerste postmens een atleet zal zijn. Dit brengt buiten sportethische kwesties in verband met fairness en spirit of sport, ook enkele bio-ethische vraagtekens met zich mee. Is zo een posthumane atleet nog menselijk? Moeten we hem/haar bekijken als Prometheus, de redder van de mensheid, of eerder als het monster van Frankenstein? Humaan, transhumaan of posthumaan: waar dit voor de wetenschap slechts een kwestie van puzzelen met genen is, blijkt vanuit ethisch perspectief dat dergelijke onderscheidingen nooit op dezelfde manier benaderd mogen worden. We moeten ons dringend afvragen hoe heilig de menselijke natuur voor ons is en of onze biologische structuur hier een elementair kenmerk van vormt. Het bijzondere verhaal van Oscar Pistorius, een mindervalide atleet die met beenprotheses even snel loopt als zijn ‘valide’ collega’s, kan ons hier enigszins bij helpen. Zijn voorbeeld lijkt ons veel te kunnen vertellen over welke ethische problemen ons te wachten staan als er in de toekomst een supervalide atleet opdaagt. Dit werk wil dan ook vroegtijdig wijzen op de noodzaak aan ethische richtlijnen omtrent dergelijke doorgedreven prestatieverbetering in de sport, om op die manier juist om te kunnen gaan met prestatie-verbeterende methodes die het potentieel bezitten om onze menselijkheid te bedreigen.

  

Disability, sport, media en ethiek. Literatuuronderzoek en gevalstudies

 

Auteur: Dimitri Vrancken
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer (
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2009-2010

In de maatschappij bekleden personen met een handicap nog een minderwaardige positie. Ze worden op sociaal vlak anders bekeken en in het onderzoek en beleid gediscrimineerd en ondervertegenwoordigd. We verkennen in deze masterthesis problemen waar personen met een handicap mee te maken krijgen en reiken vanuit literatuuronderzoek en gevalstudies mogelijke oplossingen aan. We proberen op die manier een bijdrage te leveren aan het onderzoek naar disability en aan de praktijk van de aangepaste bewegingsactiviteiten.

We maken gebruik van een literatuurstudie om de problematiek rond disability te onderzoeken. We baseren ons voornamelijk op recente boeken, artikels en andere bronnen. Werken zoals Ethics, dis/ability and sports (2009)van McNamee & Jespersen en Disability and youth sport (2009) van Fitzgerald krijgen bijzondere aandacht. We vullen deze literatuur aan met artikels uit magazines zoals Journal of sport and social issues enbijdragen uit boeken zoals Examining identity in sports media (2010)van Cherney & Lindemann. We verruimen deze studie met een tweetal eigen onderzoeken. Aan de hand van een filmanalyse en van een enquête trachten we de bevindingen uit de literatuur te toetsen op hun waarde. We hebben de literatuur en de gevalstudies bestudeerd vanuit de invalshoek van de interdisciplinaire kinesiologie. We willen daarbij een verlengstuk leveren aan de masterproeven van Belmans (2009) en van Mertens (2010) en aan ander onderzoek dat eerder werd verricht aan de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen (KU.Leuven).

Personen met een handicap worden vanaf de revalidatie tot aan de professionele sportbeoefening geconfronteerd met meerdere beperkingen. Deze beperkingen zijn niet alleen het gevolg van de fysieke of lichamelijke component van hun handicap maar ook van bepaalde waarden en normen die heersen in de maatschappij. Personen met een handicap worden immers gespiegeld aan de aanvaarde normen van ‘de ideale mens’ zonder handicap wat leidt tot onevenwichtige verhoudingen tussen de twee. In deze masterthesis vinden we op vlak van revalidatie, inclusie, media, identiteit, onderzoek en topsport uitlopers van deze ongelijke verhoudingen. Interpretatie van de problemen en oplossingen dient uit te gaan van de abilities eerder dan van de disabilities, wat ondersteund wordt door het begrip dis/ability in de titel van deze masterthesis. Niet het ‘medische model’, dat focust op de beperkingen op zich, maar het ‘sociale model’, dat kijkt naar de positieve mogelijkheden en naar de voorwaarden in de omgeving en in de maatschappij, vormt het perspectief van ons literatuuronderzoek en onze gevalstudies. Zowel mensen met als zonder handicap kunnen het tij helpen keren en het sleutelwoord voor het bekomen van deze ommekeer is empowerment. Aangepaste sport heeft een belangrijke impact op de zelfwaarde van mensen met een handicap en kan, mits opwaardering ten aanzien van de mainstream sporten, positief bijdragen aan dit empowerment. Positieve initiatieven in de wereld van de media en van de populaire cultuur zoals Murderball (2005) kunnen het imago van personen met een handicap en de aangepaste sporten helpen opwaarderen. Aangezien de activiteiten waaraan men deelneemt in belangrijke mate de identiteit van een persoon vormen, betekent de verbetering van het imago van aangepaste sporten dus een belangrijke eerste stap richting evenwaardigheid. Door mensen met een handicap nog meer te betrekken in onderzoek en hun sportmogelijkheden (gescheiden of inclusief) te valoriseren kunnen we hun positie permanent verbeteren in de maatschappij.

We proberen via deze masterthesis een aantal aspecten te belichten die de zelfontplooiing van personen met een handicap belemmeren. Het was onze bedoeling om deze thematiek voor verder ethisch onderzoek te ontsluiten en een aanzet te geven om met name de rol van de media en de populaire cultuur diepgaander te bestuderen. We juichen daarbij initiatieven toe die zowel op wetenschappelijk vlak als op sociaal vlak een positief effect weten te bewerkstelligen.


Disability in de spiegel van de romanliteratuur - Gevalstudie van Tommy Wieringa’s Joe Speedboot (2005)

Auteur: Louis Mertens
Promotor: Prof. Dr. Jan Tolleneer (
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )
Faculteit: Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Academiejaar: 2009-2010

Romanliteratuur kan bijdragen tot de ontwikkeling van kennis over de belevingswereld van personen met een fysieke beperking en over hun ervaring van bewegingsbeperking, bewegingskansen en sportbeoefening. Dit is de hypothese die wordt getoetst in deze masterproef op het snijvlak van biomedische en humane wetenschappen.

Om het onderzoek conceptueel en theoretisch te kaderen worden wetenschappelijke geschriften bestudeerd, enerzijds rond disabilities en aangepaste bewegingsactiviteiten en anderzijds rond het verband dat letterkundigen leggen tussen fictie en realiteit. De gevalstudie van Tommy Wieringa’s veelgeprezen Joe Speedboot (2005) over de opgroeiende rolstoelgebruiker Fransje Hermans staat centraal in deze masterproef. De roman wordt aan een grondige analyse onderworpen. Dit gebeurt vanuit het perspectief van de interdisciplinaire kinesiologie. De bevindingen worden gerelateerd aan ware cases. Ze worden verder in verband gebracht met de eigen ervaring van de auteur van deze verhandeling, die zijn rechtervoorarm mist en die zijn studies lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen voltooit. De resultaten van het onderzoek worden bovendien getoetst aan recensies uit de pers, de zienswijze van de geïnterviewde auteur en de reacties van geënquêteerde lezers.

De roman verhaalt over Fransje Hermans die verlamd geraakt aan de onderste ledematen, zijn spraakvermogen kwijtspeelt en in het conservatieve dorpje Lomark een passieve observator dreigt te worden. Meer nog dan de bewegingsbeperking lijkt hij te lijden onder het gebrek aan takt in zijn sociale omgeving. Door zijn vriend, die zichzelf Joe Speedboot noemt, wordt hij uit zijn bewegingsloosheid gehaald. Na een crisis brengt hij het, in de tweede helft van het verhaal, zelfs tot topsporter in het normale circuit van het armworstelen. Ondanks internationale successen loopt dit uit op een desillusie, maar de protagonist komt gelouterd uit het avontuur.

Het avontuur van het armworstelen wordt in deze verhandeling besproken als een allegorie van empowerment: waar een eigen wil is, is een eigen weg, ook voor personen met functionele beperkingen. Wieringa heeft zijn roman gebaseerd op diepgaande research en legt de vinger op de wonde van de zogenaamde disability experience. Zoals uit andere cases en uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, is onbegrip uit de omgeving vaak problematischer dan de fysieke beperking op zich. Het medische model, waarin ‘afwijkingen’ van de norm centraal staan, wordt nu stilaan verlaten voor het sociale model, waarbij gefocust wordt op abilities en ‘kansen’ en op de noodzaak van brede veranderingen. Dit verklaart het gebruik van dis/ability in de titel van dit werkstuk, een concept uit recent onderzoek zoals van Jespersen en McNamee (2009).

Als ‘trage kunstvorm’ biedt de roman mogelijkheden om complexe situaties en geschakeerde gevoelens te begrijpen. De roman is daarom een relevante bron voor wetenschappelijk onderzoek en een geschikt middel voor waardevorming. Maar dit kan enkel als het verhaal gekenmerkt wordt door wat letterkundigen ‘ware fictie’ noemen: uit dit onderzoek is gebleken dat de ontwikkelingsroman Joe Speedboot, hoewel verzonnen, op vele plaatsen inderdaad een groot realiteitsgehalte heeft. De auteur van deze masterproef beveelt breder en dieper onderzoek aan: analyses van andere romans en andere bronnensoorten, gebruik van de fenomenologische methode en inschakeling van onderzoekers die zelf ervaring hebben met bewegingsbeperkingen. Ondertussen wordt de lectuur van geëngageerde auteurs als Tommy Wieringa aanbevolen aan studenten en afgestudeerden in aangepaste bewegingsactiviteiten en lichamelijke opvoeding. Het kan een element zijn in ethische vorming en sociale verandering.

 

0 stemmen
Tags: Niet getagged