Spelregels Lacrosse

bron: http://www.amerikaansesporten.centraal.net/lacrosse/spelregels_lacrosse.htm
Lacrosse is een echte Noord-Amerikaanse sport en wordt met name beoefend in Canada en de Verenigde Staten. De sport vindt zijn oorsprong in een spel dat vroeger werd gespeeld door indianen. Alleen ging het er daar ruiger aan toe, soms op leven en dood. In Noord-Amerika worden twee grote competities gespeeld. Een indoorcompetitie, de NLL. En een outdoorcompetitie, de MLL. In de indoorcompetitie zijn de meeste teams actief. 12 teams strijden om de titel. In Europa wordt ook Lacrosse gespeeld maar niet op professioneel niveau. Op veel universiteiten wordt de sport beoefend.

De crosse

  Lacrosse wordt gespeeld met   een stick. Deze stick heet de   crosse. Aanvallers gebruiken   een stick met een lengte van 1   meter. Middenvelders en   verdedigers mogen een stick   gebruiken met een lengte van   1 meter 50. De head, het net,   van de crosse mag maximaal   25 centimeter breed zijn. De   head van de stick van goalies   is iets groter. Deze mag   maximaal 30 centimeter breed   zijn.

lacrosse stick
 
Spelregels Lacrosse

Speelveld
speelveld lacrosseHet speelveld van het indoor lacrosse (box lacrosse) is net zo groot als een ijshockey veld. Het veld is ongeveer 60 meter lang en 26 meter breed. Het speelveld van outdoor lacrosse is ongeveer 100 meter lang en 50 meter breed. Het veld is ingedeeld in een aanvalsvak een verdedigingsvak en een middenveld. Alleen de middenvelders mogen het hele speelveld bestrijken. Aanvallers blijven in het aanvalsvak en verdedigers blijven in het verdedigingsvak. Het doel is 1 meter 35 breed en 1 meter 20 hoog.

Doel van het spel
In een lacrosse wedstrijd probeert het ene team meer doelpunten te scoren dan de tegenstander. Een doelpunt wordt gemaakt als met de crosse/stick de bal in het doel wordt geslingerd. Bij indoor lacrosse wordt er 6 tegen 6 gespeeld. Bij outdoor lacrosse spelen 10 spelers tegen 10 tegenstanders. Het team bestaat dan uit een goalie, 3 verdedigers, 3 middenvelders en 3 aanvallers. De aanvallers moeten in het aanvalsvak blijven en de verdedigers blijven in het verdedigingsvak. De middenvelders zijn de enige spelers die zich helemaal vrij over het veld kunnen bewegen. De goalie heeft een eigen doelgebied. In dit gebied mogen geen aanvallende spelers lopen.

Begin van het spel
De lacrosse spelregels zijn niet ingewikkeld en lijken soms een beetje op de ijshockey spelregels. Net als ijshockey is lacrosse een contactsport waarbij de spelers bescherming dragen. Een lacrosse wedstrijd begint met een faceoff. Hierbij staan 2 spelers tegenover elkaar die na het beginsignaal de bal proberen te veroveren. De bal wordt door de scheidsrechter op de middenstip gelegd. De spelers kunnen de bal naar elkaar over gooien en lopen en rennen met de bal. Verdedigers kunnen de bal onderscheppen of veroveren op verschillende manieren. Bijvoorbeeld als er een pass wordt gegeven door de aanvallende partij. Ook kunnen de verdedigers de bal veroveren door de aanvallende speler te body checken. Bodychecking is toegestaan op een speler in balbezit en op een speler die 5 meter bij de bal vandaan staat. Een bodycheck mag alleen worden gegeven tussen heup en schouderhoogte en niet in de rug. Hierdoor wordt de aanvaller gedwongen over te spelen. Een verdedigende speler mag ook met zijn stick op de stick en de handschoen van de aanvaller slaan. Als er is gescoord wordt in het midden van het veld weer een faceoff gehouden om de bal in het spel te krijgen.

De duur van een wedstrijd
Volgens de lacrosse spelregels duurt een wedstrijd 60 minuten lang. De zestig minuten worden opgedeeld in 4 kwarten van een kwartier. Elk kwart wordt er gewisseld van speelhelft. Per helft kan een team 2 keer een time out aanvragen bij de scheidsrechter. Bij indoor lacrosse worden er 3 periodes gespeeld van elk 20 minuten.

Straffen/penalties
Spelers kunnen persoonlijke fouten en technische fouten maken. Voor een persoonlijke fout wordt de speler tussen de 1 minuut en 3 minuten uit het veld gestuurd. Bij een technische fout wordt de speler 30 seconden van het speelveld verwijderd. Als een speler 5 fouten maakt mag hij niet meer deelnemen aan de wedstrijd.

Persoonlijke fouten

  • Tripping: de tegenstander laten struikelen.
  • Unsportsmanlike Conduct: onsportief gedrag zoals schelden.
  • Unnecessary Roughness: onnodig ruig spel.
  • Illegal Crosse/Gloves: als de speler speelt met een verkeerde crosse (bijvoorbeeld verkeerde afmeting) of handschoenen.
  • Slashing: slaan naar de tegenstander met de stick.
  • Illegal Body Checking: als een speler wordt gechecked in de rug, boven de schouder, onder de heup of als de speler niet op 5 meter van de bal is.
  • Cross Checking: als een speler wordt geraakt door shaft van de stick.
  • Roughing: te ruig spel.
Technische fouten
  • Holding: de tegenstander vasthouden
  • Interference/screening: het tegenhouden van de tegenstander als deze niet in balbezit is of op 5 meter van de bal is.
  • Offsides: als een verdedigende speler of een aanvallende speler zijn vak verlaat (bij outdoor lacrosse).
  • Pushing: duwen in de rug.
  • Stalling: als een speler de bal express vasthoudt om het spel te vertragen.
  • Warding Off: als een speler die in bezit is van de bal de tegenstander of de stick van de tegenstander met de vrije hand probeert af te weren.